 |
De dag van de
ongegiste broden
Verhalen zijn zo oud als de mensheid zelf: zij hebben ons kennis
bijgebracht, geboeid, vermaakt, getroost. Verhalen horen bij de mens, en
begeleiden hem van de wieg tot het graf: de mythe, de parabel, de
metafoor, de legende, het sprookje, de fabel, de anecdote, de
volksvertelling ¼
wie is er niet mee vertrouwd?
In vroeger tijden werden verhalen uitsluitend mondeling overgeleverd,
de eeuwen door. Elke generatie geeft ‘iets’ aan het verhaal mee om het
te kruiden en smakelijk te maken, en vooral om de inhoud en de boodschap
ervan op een aansprekende manier over te brengen. Zo draagt elk verhaal de
weervlekken van de tijd waarin het wordt verteld.
Het lijdensverhaal is een belangrijk element in de Bijbelse Boodschap.
Het wordt van generatie op generatie doorgegeven en trekt zich niets aan
van culturele grenzen en waterscheidingen. Het is Goddelijke Openbaring
maar tegelijk ook zo menselijk en herkenbaar: een verhaal van verering,
verzet, verraad, veroordeling, vernedering en tenslotte de dood.
De grootmoeder, wiens moeder slavin was, hoorde het verhaal van de
eerste zendelingen en missionarissen en vertelde het op haar manier verder
aan haar kinderen en kleinkinderen. De kleinzoon zal - ondanks zijn vele
omzwervingen, integraties en aanpassingen - het verhaal zo vertellen dat
zijn grootmoeder weer tot leven komt en haar stem weer gehoord wordt. De
essentie van het lijdensverhaal wordt niet aangetast, alleen de voordracht
en de ‘taal’ zijn anders dan anders. In de zwarte gemeenschappen van
de Verenigde Staten wordt ditzelfde verhaal met grote overgave verteld. De
voorganger neemt de rol van ooggetuige op zich, maar de boodschap blijft
zuiver. |
|