| Home | Koorleden | Korte Geschiedenis | Concerten | Foto's |
|
|
| SURREXIT!
23 april 2006, 15.00 uur, Thesinge De meeste koormuziek die in de tijd voor Pasen wordt uitgevoerd, is passiemuziek. Het lijdensverhaal van Christus, ook wel passie genoemd, ligt aan de basis van de beroemde composities van J.S. Bach en andere componisten. Hoewel deze werken afsluiten met het sterven van Jezus, zijn ze eigenlijk een aanzet naar het Paasfeest. Dit wordt gekenmerkt door het Paasmysterie: drie vrouwen die het lichaam van de gestorven Christus willen gaan balsemen, ontdekken dat de steen die het graf afsloot, is weggerold. Bovendien blijkt het graf leeg te zijn! Na de verbazing is de conclusie snel getrokken: “Surrexit! Hij is verrezen!” Deze uitroep is gekozen als titel voor dit concert. Een logische keuze, want veel van de composities die op het programma staan, zijn gemaakt rond het woord surrexit. Vaak wordt dit muzikaal uitgebeeld door stijgende melodische lijnen. Een tweede kenmerk van paasmuziek is de vreugdekreet alleluia. Ook de toonzetting van dit woord krijgt een speciale behandeling; vaak gaat het om een afwijkend ritme ten opzichte van de voorafgaande tekst. De muziekstukken van vandaag zijn gerangschikt volgens twee richtlijnen. De eerste is die van de liturgie van de eerste Paasdag. De tweede manier van rangschikken is die van het Paasverhaal. Hierdoor ontstaat een geheel nieuwe combinatie van gezangen, die waarschijnlijk nooit in deze volgorde heeft geklonken. Ten eerste omdat concerten met uitsluitend Paasmuziek zeldzaam zijn, ten tweede omdat in de tijd waaruit de hoofdmoot van dit programma stamt (eind 16e eeuw) geen liturgische muziekstukken buiten kerkdiensten werden uitgevoerd; bovendien was het na het concilie van Trente (midden 16e eeuw) verboden om bepaalde composities voor liturgische doeleinden te gebruiken. Dit geldt voor het liturgisch drama, maar ook voor motette Mors, waarin gelijktijdig drie verschillende teksten worden gezongen. We beginnen met gregoriaanse processielied Salve festa dies, waarmee het Paasfeest wordt ingeluid. De tekst is gemaakt door de zesde eeuwse bisschop Venantius Fortunatus. Hij verbindt in zijn lied de komst van de lente in de natuur met de verrijzenis van Christus. Dit gezang werd oorspronkelijk geschreven voor de Paasnachtdienst. Sepulto Domino zijn de beginwoorden van de merkwaardige passage in het Mattheus-evangelie die door Handl is getoonzet: nadat de Heer was begraven, werd het graf verzegeld en werd er bewaking geplaatst om te voorkomen dat de leerlingen het lichaam zouden roven en zouden zeggen: “Hij is verrezen uit de doden!” . Merkwaardig, omdat in het vervolg van het verhaal gaat blijken dat deze uitroep inderdaad gaat klinken. De compositie van Giovanni
Gabrieli die nu volgt, is dubbelkorig. Twee vierstemmige groepen zingen
teksten van de antifonen die horen bij de Metten van Pasen. Beide koren
vullen elkaar niet alleen muzikaal aan,
maar ook qua tekst. Vaak herhaalt het ene koor de tekst van het andere;
later wordt de zin volledig gemaakt. Luister bijvoorbeeld naar de tweede
antifoon, die na de spanning (opgebouwd met tekstherhaling) tot rust komt
in het woord alleluia. In de derde antifoon wordt de tekst ego dormivi uitgebeeld door lange noten in lage ligging. Hiermee
staan de woorden et resurrexi in
contrast, ook in de toonzetting: kortere noten in stijgende lijn naar het
woordaccent. De compositie eindigt met een veelvuldig herhaald alleluia
in driedelige maatsoort. Het liturgisch drama is een manier om bijbelse verhalen via toneel uit te beelden. Deze vorm van exegese ontstond rond het jaar 1000 en werd allereerst gebruikt bij hoogfeesten in de liturgie. Voorafgaand aan de Misviering werd een inleiding gemaakt op de Introitus, het gezang waarmee de Mis begint. De teksten zijn in het Latijn en worden gezongen. Uit de vele liturgische drama’s die bekend zijn, hebben wij gekozen voor de zogenoemde Paasspel van Hellum, dat bewaard is gebleven in het Missaal van Hellum. We maken dankbaar gebruik van de transcriptie die dr. Ike de Loos van dit spel heeft gemaakt in opdracht van de stichting Super Librum. De uitvoering die we geven is concertant: het echte toneelspel blijft achterwege. Aansluitend wordt de ongelooflijke gebeurtenis samengevat in de compositie van Anerio. Nu wordt het verhaal verteld vanuit een ander perspectief: een engel daalde neer uit de hemel en richtte zich tot de vrouwen. Ook de engel gebruikt in zijn woorden de paasuitroep resurrexit. In de muziek wordt het bijzondere van resurrexit onderstreept door wisseling van maatsoort, van tweedelig naar driedelig. De toespraak van de engel eindigt met de uitnodiging om de lege plaats in het graf te komen bekijken. Vanaf de Paasnacht werd bij elke belangrijke dienst het gezang Vidi aquam gezongen. Tijdens het zingen werden de gelovigen met water besprenkeld, als teken van reiniging. Dit ritueel laten we achterwege, maar wel klinkt het Vidi aquam in een polyfone zetting van de Claude Patoulet. Deze componist was werkzaam aan de St.Bavokerk te Haarlem. De drie volgende stukken zijn oorspronkelijk bedoeld om gezongen te worden ter afwisseling van de schriftlezingen. Het eerste, haec dies, is minder verhalend dan de andere. De tekst is ontleend aan ps. 117 (118) en spoort aan tot vreugde. Bijna eindeloos worden de betreffende woorden herhaald: exsultemus et laetemur! Met motette Mors doen we een stap terug in de tijd. Ongeveer gelijktijdig met de liturgische drama’s ontstond het gebruik om de vele noten die op één lettergreep werden gezongen, elk afzonderlijk van tekst te voorzien. Die tekst gaf vaak een inhoudelijke verklaring van het gezang waaraan de tekst als het ware werd toegevoegd. We laten horen hoe dit in zijn werk gaat. Het gregoriaanse gezang begint éénstemmig. Op het woord mors, de dood, staan in de oorspronkelijke versie ongeveer 40 noten. In dit motet wordt elke noot van de gregoriaanse versie verlengd en bovendien voorzien van een nieuwe melodie op een nieuwe tekst. Deze bestaat uit drie coupletten die gelijktijdig op verschillende melodieën worden gezongen. Als het woord mors voorbij is, keert het gezang terug naar het eenstemmige gregoriaans. Zo is tot uitdrukking gebracht wat in de tekst staat: de dood zal geen vat meer op hem hebben. Hetzelfde gregoriaanse gezang dat ten grondslag ligt aan motette Mors leverde het notenmateriaal voor een nieuw lied: de sequentia Victimae paschali laudes. De tekst hiervan begint met de omgekeerde wereld die door Pasen is ontstaan. Het lam, dat in de joodse traditie wordt geofferd op het paasfeest, is nu degene aan wie lof wordt gebracht. In het passieverhaal wordt het lam als symbool voor de lijdende Christus gebruikt. Tegen die achtergrond is de paradoxale uitspraak dux vitae mortuus regnat vivus te begrijpen: de gestorven gids voor het leven regeert terwijl hij leeft. Het tweede deel van deze sequentia bestaat uit een dialoog tussen Maria en een groep niet nader genoemde personen (‘wij’). Dit gedeelte is door Tomas de Victoria tot een aparte compositie gemaakt. Hij past effectief de dubbelkorigheid toe door de tekst van de groep achtstemmig te toonzetten. Zo wordt een grote menigte gesuggereerd die de vraag stelt:’Zeg ons, Maria, wat heb je onderweg gezien?’ Het antwoord op de vraag bestaat uit twee zinnen, die eenkorig worden gezongen. De vier partijen zingen tegelijkertijd dezelfde woorden, zodat het antwoord van Maria duidelijk hoorbaar is. Na het eerste antwoord van Maria komt nogmaals de nieuwsgierige menigte aan het woord, opnieuw dubbelkorig. Nu is het antwoord concreter: ‘Engelen als getuigen, een zweetdoek en kleding.’ De slotsom van de menigte is duidelijk: surrexit!, dubbelkorig wordt de paasboodschap uitgedragen en afgesloten met een feestelijk alleluia. Met de laatste twee stukken van het programma verlaten we de volgorde van de liturgie van de eerste Paasdag. Surrexit pastor bonus belicht Christus als herder die heeft willen sterven voor zijn schapen. De compositie begint feestelijk met enthousiaste opeenvolgende inzetten van alle zes de partijen. De vreugde wordt gekenmerkt door herhaling van melodische lijnen in alle partijen. Bij het woord mori (“sterven”) wordt het karakter van de muziek ineens anders: de enthousiaste beweging waarmee het stuk begon, komt even tot stilstand, maar keert weer terug in het vervolg. Uiteraard ook hier weer alleluia aan het slot. Ons
concert sluiten we af met een compositie van de boheemse componist Stefan
Mahu. Het duitstalige paaslied Christ ist erstanden is door hem vijfstemmig polyfoon bewerkt. De
melodie van het oorspronkelijke lied komt in alle stemmen terug. Hoewel de
paasvreugde duidelijk onder woorden wordt gebracht – des soll’n wir alle froh sein – eindigt de tekst niet met alleluia,
maar met een roep om ontferming: Kyrieleis.
|