 |
Boetepsalm no.
1 (Psalm 6) - Orlando di Lasso (1532-1594)
Het bijbelboek Psalmen bevat zeven zgn. 'boet(e)psalmen': ze worden
zo genoemd omdat ze in sterke mate het karakter van een schuldbelijdenis
hebben. De bekendste zijn wel Psalm 51 ("Miserere") en Psalm
130 ("De profundis").
Lasso's toonzettingen van de boetepsalmen vormen een hoogtepunt in de
16de-eeuwse polyfonie in de Nederlanden; hij componeerde ze omstreeks
1560 in de periode dat hij kapelmeester was aan het hof van Hertog
Albrecht V van Beieren. Laatstgenoemde verordonneerde dat Lasso's
boetepsalmen uitsluitend in de hertogelijke kapel ten gehore mochten
worden gebracht. Pas in 1584, na de dood van Albrecht, verschenen ze in
druk.
Domine, ne
in furore tuo arguas me,
neque in ira tua corripias me.
Miserere mei, Domine, quoniam infirmus sum:
sana me, Domine, quoniam conturbata sunt ossa mea.
Et anima mea turbata est valde: sed tu, Domine, usquequo?
Convertere, Domine, et eripe animam meam:
salvum me fac propter misericordiam tuam.
Quoniam non est in morte qui memor sit tui:
in inferno autem quis confitebitur tibi?
Laboravi in gemitu meo, lavabo per singulas noctes lectum meum:
lacrimis meis stratum meum rigabo.
Turbatus est a furore oculus meus:
inveteravi inter omnes inimicos meos.
Discedite a me omnes qui operamini
iniquitatem:
quoniam exaudivit Dominus vocem fletus mei.
Exaudivit Dominus deprecationem meam,
Dominus orationem meam suscepit.
Erubescant, et conturbentur vehementer omnes inimici mei:
convertantur et erubescant valde velociter.
(David)
Gloria Patri... |
|
Heer, straf mij niet in uw toorn,
tuchtig mij niet in uw gramschap.
Heer, erbarm U, mijn bloei is vergaan,
Heer, genees mij, mijn kracht is teniet
en ontrust mijn ziel bovenmate.
En Gij, Heer, Gij - tot hoe lang?
Keer weder, Heer, maak mij weer vrij,
verlos mij krachtens uw goedheid:
in de dood wordt Gij niet meer gekend,
wie kan U in het dodenrijk loven?
Kreunend en afgemat schrei ik nacht aan nacht op mijn bed,
doordrenk ik mijn peluw met tranen;
mijn ogen, van wanhoop half blind,
staren dof op al mijn belagers.
Komt mij met uw verraad niet te na!
Want de Heer heeft mijn schreien gehoord,
Hij heeft acht op mijn smeken geslagen,
mijn gebed - de Heer neemt het aan.
Hoe smadelijk verslagen weldra mijn vijanden allen tesamen:
in een oogwenk met schande op de aftocht!
(vert. I.G.M. Gerhardt, M.H. van der Zeyde)
Ere zij de Vader... |
|
|