 |
Victimae
paschali laudes - gregoriaans
(Luisteren
naar een opname)
De klassieke Paaslofzang, ontstaan omstreeks het jaar 1000. Het is
een zgn. 'sequens,' een lied dat ontstaan is door tekstplaatsing onder
de langgerekte slot-a van het 'Halleluja'-gezang tijdens de mis. Het
genre tierde welig, en allengs slopen via deze weg talloze profane en
zelfs scabreuze teksten de eredienst binnen. In 1570 stelde het Concilie
van Trente paal en perk aan deze praktijken: alle sequensen - op vijf
na, waaronder "Victimae" - werden verboden.
Victimae
paschali laudes immolent Christiani.
Agnus redemit oves: Christus innocens Patri reconciliavit
peccatores.
Mors et vita duello conflixere mirando: dux vitae mortuus regnat
vivus.
Dic nobis, Maria, quid vidisti in via?
Sepulchrum Christi viventis: et gloriam vidi resurgentis.
Angelicos testes, sudarium et vestes.
Surrexit Christus, spes mea: praecedet suos in Galileam.
Scimus Christum surrexisse a mortuis vere: tu nobis, victor Rex,
miserere. Amen.
Alleluja.
(Wigbert/Wipo)
Dat de christenen lofliederen wijden aan het Paaslam.
Het lam heeft de schapen vrijgekocht: Christus onschuldig heeft de
zondaars verzoend met de Vader.
Dood en leven hebben een wonderbare strijd gestreden: de gestorven
Maker van het leven leeft en heerst weer.
Zeg ons, Maria, wat hebt gij onderweg gezien?
Het graf van de levende Christus, en de heerlijkheid van de
Verrezene.
Als getuigen de engelen, de zweetdoek en de windsels.
Verrezen is Christus, mijn hoop: Hij zal de zijnen voorgaan naar
Galilea.
Wij weten het, de Christus is waarlijk uit de doden verrezen; Gij
Koning, Overwinnaar, ontferm U over ons. Amen. Halleluja. |
|
|
|