| (sopranen:)
Victima laudum pascalis
Plausus sit immolantibus
Agni pasce venialis
Edulium fidelibus. |
Geprezen allen die hun stem
in lof verheffen, 't Lam ter eer.
't Lam van gena, voor wie in hem
gelooft, is 't feestmaal van de Heer. |
Innocens
agnus ceditur,
Agnu morte mirifice
Nocens ovis redimitur,
Vivit mors honorifice. |
Het Lam,
onschuldig, wordt geslacht;
zijn dood verlost het schaap van schuld
en schenkt het wondere levenskracht:
een leven door de dood onthuld. |
Mors cesum
facit vivere
Mors viva salus, hostia,
Mors sepultum resurgere
Mors mortis digna venia. |
De dood,
die 't Lam het leven gaf,
is zoenoffer en lijfsbehoud
voor wie weer opstaat uit het graf;
genade-waardig is de dood. |
Redemit
nos a vicio
Mortis mors, morte vivimus,
Mors nostra liberatio,
Mortuo grates agimus. |
De dood
bevrijdde ons van 't kwaad
en van de dood, en kocht ons vrij;
de dood is 't die ons leven laat:
het Lam dat stierf, hem danken wij. |
(alten:)
Victimis in pascalibus
Laudes immolent redempti,
Agni pasce cruoribus,
Per mortem mortis exempti. |
En allen
voor wie redding kwam,
offeren liederen zonder tal.
Neem dan als leeftocht 't bloed van 't Lam
dat nu geen dood meer smaken zal. |
Agnus a
morte redemit
Mortuas oves sanguine,
Mortem dum morte peremit,
Crimen vincendo crimine. |
Het Lam
heeft met zijn eigen bloed
de reeds gestorven schapen uit
de dood bevrijd, de dood voorgoed
gedood, en schuld met schuld gestuit. |
Agni per
mortem nascitur
Morti ampla redemptio
Mortuus quando ceditur
Innocens agnus gladio. |
De redding
van de dood in tijd
en eeuwigheid wordt ons gebaard
door 't stervend Lam, ter slacht geleid
en dodelijk verwond door 't zwaard. |
Agni mors
salus ovium
Vitaque sine termino,
Unde plausu celestium
Grates agamus domino. |
De dood
van 't Lam betekent voor
de schapen leven voor altijd.
Juicht, hemelingen, juicht in koor:
de Heer zij onze dank gewijd. |
| (anoniem) |
(vert.
L.M. van Noppen,
met dank aan L. Froentjes en E. v.d.
Velden) |